Kwaliteitsgraan en masse

Een schoolvoorbeeld van Noord-Zuid samenwerking

Rabboni Group Limited werd opgericht in 2014 en is een transport-, distributie-, handels- en verwerkingsbedrijf van droge landbouwstoffen. Hun focus ligt op maïs en afgeleide producten, waarin ze de volledige toeleveringsketen van producent tot verbruiker verzorgen. Een formule die werkt, maar toe was aan opschaling: Rabboni wil zo snel mogelijk hun graanverwerking en -opslag verhogen van 4,000 naar 20,000 ton, een ambitieus doel dat zorgvuldige voorbereiding vereist.

Programme Coach
Wim De Deken

Hoewel Rabboni al grote stappen zette in thuisland Oeganda, waren ze dus op zoek naar expertise omtrent de kwalitatieve en kwantitatieve groei van hun activiteiten. In 2022 was het zover en ging Exchange in zee met Rabboni om drie noden aan te pakken: branding, marketing en kwaliteitscontrole. Na een haalbaarheidsstudie in februari 2022 werd duidelijk dat branding en marketing geen hoofdfocus waren en verschoof de nood van Rabboni naar twee elementen: de herziening van operationele praktijken, bedrijfscultuur en kwaliteitscontrole, met als doel het halen van een ISO 9001 & 22000 certificering (kwaliteit), en het bouwen van een nieuwe procesfabriek, inclusief silo’s die de verhoogde graanproductie kunnen opvangen (kwantiteit).

Kwaliteitscontrole

Om de kwaliteitscontrole (QA) binnen Rabboni op punt te krijgen, volgden een aantal medewerkers van het graanbedrijf trainingen rond kwaliteit en certificering. Op basis van de training werden structurele veranderingen in het bedrijf doorgevoerd: niet alleen werden de processen geoptimaliseerd, Rabboni heeft zelfs besloten om hun faciliteiten van de grond af weer op te bouwen, volledig conform de professionele kwaliteitsnormen.

Die kwaliteitsnormen zijn essentieel voor de opschaling van hun productie. De natuurlijke gifstof Aflatoxine is veelvoorkomend en zeer gevaarlijk voor graanproductie; als het graan slecht behandeld wordt, kan dat leiden tot besmette producten en kankerverwekkende stoffen. Deze kwaliteitscontrole begint natuurlijk bij de boer zelf, maar het is essentieel dat Rabboni zelf een installatie heeft om de graanstalen te controleren; daarom bouwde het bedrijf een eigen laboratorium, dat mede dankzij de kwaliteitstrainingen up to date is met hedendaagse kwaliteitsnormen.

Fabrieksuitbreiding

Met behulp van coach Wim de Deken werd contact gelegd met het Belgische Meyland, dat 4 silo’s kan leveren volgens de specificaties van Rabboni. Een commercieel voorstel werd gemaakt, maar de investering was vooralsnog te duur voor het graanverwerkingsbedrijf. Op uitnodiging van Meyland en ondersteund door Exchange kwam CEO Daniel Joloba daarom een week lang naar België om kennis te maken met een aantal investeerders en om de Bulk Solids Expo in Antwerpen te bezoeken. 

Het doel van het bezoek? Alternatieve financiering vinden voor de installatie van de silo’s en investeerders, zowel op het niveau van hardware als van sales, overtuigen om in Rabboni te investeren. Traditionele financiering in Oeganda is haalbaar, maar zou een proces van minstens 25 jaar zijn; tijd die Rabboni niet heeft als ze hun productie dermate willen opschalen. De lokale graanboeren moeten cash betaald worden en graan kan niet meteen verkocht worden; Rabboni heeft dus genoeg fondsen nodig om graan aan te kopen en het lang genoeg op te slaan - zonder het te laten degenereren - vooraleer er winst gemaakt kan worden.

Een ambitieus doel dus, maar niet onhaalbaar. Met de juiste financiering kan Rabboni de nodige technologie installeren om hun productie aan sneltempo op te schalen. Een win-win situatie: niet alleen is Rabboni minder afhankelijk van derde partijen en zijn ze in staat om zelf een grote speler te worden binnen Oeganda, ook zal het gezinsinkomen van de lokale boeren stijgen. Combineer dit met de uitwisseling van expertise, trainingen en financiering vanuit Europa, en je hebt het perfecte voorbeeld van een duurzame Noord-Zuid samenwerking.

Vlaanderen en Exchange gaan hand in hand in Malawi

Twee keer geïllustreerd

De Vlaamse ontwikkelingssamenwerking steunt met haar programma SEED de verbetering van de landbouw in het noordelijke deel van Malawi. Als Exchange hebben we een uitstekende band met Vlaanderen en zoeken we hoe we – complementair aan wat Vlaanderen doet – een aantal projecten nog kunnen versterken. Wat die complementariteit hier inhoudt? Vlaanderen steunt die initiatieven financieel, Exchange helpt via overdracht van expertise en kennis KMO’s een stap vooruit. Twee voorbeelden hoe dit concreet in zijn werk gaat:

Hortinet, een gedurfd experiment rijp voor een Nobelprijs

Frankie Washoni is CEO van Hortinet, een bedrijf dat de teloorgang van de Malawische bananenkweek wil stoppen. Malawi was exporteur van bananen tot de ‘Banana bunchy top disease’ (het bananenbosvirus) tot 80% van de bananenproductie in Malawi vernietigde. Frankie zocht steun om hier iets aan te doen en vond zijn antwoorden vooral via Google: hij stampte prompt het eerste commerciële lab in Malawi uit de grond, dat via weefselcultuur virusvrije bananen produceerde. Dat was een half jaar lang erg succesvol; duizenden virusvrije bananenplanten vonden hun weg naar maar liefst 600 boeren. De productie kwam weer op gang, mede dankzij de financiële steun die Frankie hiervoor kreeg van Vlaanderen.

Programme Coach
Jan Aertsen

Maar plots stokte alles; het laboratorium zelf bleef namelijk niet virusvrij. Exchange coach Jan Aertsen bezocht het bedrijf in maart 2022 en ging samen met Frankie op zoek naar oplossingen. Hij contacteerde professor Ronny Swinnen, een man met unieke expertise op dit vlak. Prof. Swinnen bracht ons in contact met de door hem opgeleide Delphine Amah, werkzaam in het International Institute for Tropical Agriculture – IITA - in Nigeria. Exchange nodigde Amah uit om haar kennis te komen delen met Hortinet, en dat is exact wat ze deed. Tijdens haar bezoek in augustus 2022 kon het Hortinet lab terug opstarten en werden afspraken gemaakt om de Malawische staff extra training te geven in Nigeria. Vandaag staan er meer dan 2.000 boeren op de wachtlijst, klaar om de bananenproductie in Malawi weer op peil te brengen en de import uit Tanzania en Mozambique – die sinds het ineenstorten van de lokale productie instaat voor meer dan 90% van de Malawische bananenconsumptie – te stoppen.


Ziweto stopt de import van dure veevoeders

Ziweto is een collectief van een tiental veeartsen dat over het hele territorium van Malawi diergeneeskundige medicijnen verspreidt, mede dankzij financiële steun uit Vlaanderen. Maar Ziweto ziet nog een andere kans om een sprong voorwaarts te maken met veeteelt in Malawi: het collectief wil met lokale grondstoffen veevoeders maken en verdelen, zodat veetelers niet afhankelijk blijven van dure, ingevoerde veevoeders.

Programme Coach
Guy Callebaut

Na een bezoek van Exchange coach Guy Callebaut aan Ziweto eerder dit jaar kon Exchange enkele experten van AVEVE warm maken om hier hun schouders onder te steken: Marcel Christianen, tot zijn pensioen commercieel verantwoordelijke voor veevoeders bij AVEVE, en zijn vriend Dirk Bogaerts, die bij AVEVE werkt als eindverantwoordelijke van de samenstelling van verschillende voedingsformules.

Een effectief mengsel

Eind juli dit jaar bracht ook Marcel Christianen een bezoek aan Ziweto. Hij hield zijn tussenkomst erg gefocust, meer bepaald op de productie van voeders voor leghennen, mestkippen en mestvarkens. Dit bezoek was over de hele lijn een groot succes. Om het even te illustreren:

  •       Er was al een industriële molen bij Ziweto, die nog niet functioneerde. Samen met de technici van Ziweto kon de molen in gebruik genomen worden;
  •       Met online back-up van Dirk Bogaerts werden drie effectieve formules samengesteld en geproduceerd;
  •       Een valies vol met stalen van de geproduceerde veevoeders werd meegenomen voor analyse in het lab van AVEVE in België. Ziweto heeft zelf al een aantal toestellen om die analyse te doen: door de resultaten in België te vergelijken met die in Malawi kan de nauwkeurigheid van de meettoestellen van Ziweto worden nagegaan;
  •       Voorbereidingen zijn getroffen voor een opleiding van twee centrale medewerkers in België later dit jaar;

Of hoe Exchange op twee vlakken een rol speelt om zaken succesvol te mengen: aan de ene kant mengen we Vlaamse financiering met expertise van AVEVE en met het enthousiasme en de deskundigheid van de veeartsen van Ziweto, terwijl aan de andere kant lokaal geproduceerde sojabonen, zonnebloemzaden en maïs in hoogwaardige veevoeders worden samengebracht.

Overduidelijk een win-win situatie: een verdienmodel voor Ziweto, met als eindproduct betaalbare veevoeders voor veel Malawinese veetelers.

Wood Habitat, een veelbelovende onderneming!

Programme Coach
Robert Myncke
Experten Team
Philippe Vandorpe
Bedrijfspartner
Meld jouw bedrijf aan als kandidaat!

Van persoonlijk project naar professionele onderneming

 

Wood Habitat werd opgericht door de jonge Rwandese onderneemster Paradis Imfura. Wat startte als een persoonlijk project, groeide al snel uit tot een professionele onderneming met een goede reputatie.  Paradis gebruikt vooral lokale materialen die in Rwanda voorhanden zijn. Ze focust daarbij op creatieve designs en kwaliteit in details. Omdat ze heel erg open staat voor een nauwe samenwerking met klanten, steeg de vraag naar mooie lokaal geproduceerde meubels al snel. Sinds 2015 beschikt Wood Habitat over een eigen atelier en ligt de focus op custom made meubeldesigns. Sinds kort produceert Wood habitat ook deuren en interieuraccessoires.

Wood Habitat verschaft werk aan 42 personen en geeft opleiding aan een groot aantal jonge mensen. Maar liefst 30% van het personeel is in opleiding. Stagiairs krijgen na hun stage de kans krijgen om permanent voor Wood Habitat te blijven werken. Wood Habitat legt ook de nadruk op waardig werk; vaste medewerkers kunnen rekenen op een hele reeks sociale voordelen.

Grote ambitie, intens groeiprogramma

De ambitie van Paradis reikt ver;  tegen 2024 wil ze haar omzet minstens verdriedubbelen en 120 stabiele jobs in een veilige werkomgeving creëren. Naast Rwanda wil ze haar meubels dan ook graag op de Congolese, Oegandese, Keniaanse en Burundese markt brengen. Daarbij streeft ze naar grote klantentevredenheid waarbij de aankoop de start van een mooie klantrelatie betekent. Ook wil ze als eerste in de regio van de East African Community gestoffeerde meubels produceren. Vandaag de dag worden deze meubels namelijk altijd van buiten de regio ingevoerd.

Om deze ambitie te bereiken zijn er verschillende domeinen binnen Wood Habitat waar verbetering nodig is: de productiesnelheid, maar ook zeker de kwaliteit van de producten moet hoger, willen ze hun klantenbestand behouden maar ook uitbreiden.

Het groeiprogramma zal dus  focussen op kwaliteitscontrole waarbij er kwaliteitsfiches voor elk product worden opgemaakt en technische fiches voor tussentijdse controle. Ook kostcontrole zal aan bod komen: voor elk product zal er een fiche worden opgemaakt met inschatting van werktijd en materiaal. Teams  zullen verder getraind worden zodat elk team gespecialiseerd is in het maken van bepaalde producten. Ook zullen de verschillende teams verantwoordelijk zijn voor domeinen als afvalverwerking, veiligheid en hygiëne, onderhoud en energievoorziening. De coach van Exchange zal Paradis helpen om deze doelstellingen te halen en haar hierin begeleiden. Ook het onderhoud van de houtbewerkingsmachines en het gebruik daarvan zullen door een Exchange expert in schrijnwerkerij herbekeken worden. Exchange zal ook op zoek gaan naar een expert in stofferen om Paradis hierin een training te geven.

Een veelbelovend en gevarieerd groeiprogramma waar we met het Exchange team heel er naar uitkijken.

Custom made meubel designs

in Rwanda

Informatieve radio helpt boeren vooruit!

 

Farm Radio Trust

Programme Coach
Johan Cottenie
Bedrijfspartner
Meld jouw bedrijf aan als kandidaat!

Farm Radio Trust is een organisatie die de ontwikkeling van de landbouw op het Malawiaanse platteland ondersteunt door het inzetten van radio en andere informatie technologie. In Malawi is de landbouwsector verantwoordelijk voor een derde van het BNP en 90% van de exportinkomsten. Bovendien woont 80% van de Malawiaanse bevolking op het platteland. De grote meerderheid van de Malawianen is afhankelijk van landbouwactiviteiten voor het genereren van een inkomen. Met een zeer beperkt aantal commerciële landbouwbedrijven is Malawi een land van kleine boeren. De overheidssteun voor deze kleine boeren is vooral gefocust op grootschalige subsidieprogramma’s, de zogenaamde farm input subsidies. Educatie en informatie diensten voor kleine boeren zijn erg beperkt. De overheid financiert 1 landbouwvoorlichter per 3900 gezinnen, terwijl de aanbevolen ratio 1 op 500 is. In 2009 werd Farm Radio Trust Malawi, een afdeling van Farm Radio International, opgericht. De organisatie maakt gebruik van innovatieve methoden om de landbouwbevolking te bereiken. Omdat het gesproken woord het meest effectief is voor het bereiken van een ongeletterd of slecht geletterd publiek en omdat alle families een radio hebben gebruikt Farm Radio Trust participatieve radio programma's om de landbouwbevolking te bereiken. De radioprogramma's worden gecombineerd met andere informatiekanalen (SMS diensten, whatsapp berichten, call center) om boeren te ondersteunen en informeren. In 2018 bereikte de organisatie maar liefst 4 miljoen luisteraars.

Financiële duurzaamheid

Op vlak van financiën bevindt Farm Radio Trust zich op een kruispunt. Ook al levert de organisatie diensten die in principe overheidsopdrachten zijn (landbouwvoorlichting) toch ontvangt de organisatie geen overheidssteun. Verschillende internationale donoren ondersteunen de activiteiten van Farm Radio Trust (USAID, de Vlaamse overheid, Farm Radio International).

Die financiële afhankelijkheid is niet duurzaam en daarom streeft Farm Radio Trust ernaar om nieuwe innovatieve inkomensbronnen te ontwikkelen en zo minder afhankelijk te worden van donor steun. De financiële mogelijkheden van het doelpubliek van Farm Radio Trust zijn beperkt. De dienstverlening betalend maken is dus weinig realistisch en druist in tegen de missie van de organisatie. De ontwikkeling van een innovatieve en pragmatische commerciële strategie staat dan ook hoog op de agenda.

Commerciële landbouw voor jonge boeren

 

Acades

Bedrijfspartner
Meld jouw bedrijf aan als kandidaat!

Malawi is een echt landbouwland. 80% van de bevolking woont in rurale gebieden en landbouw is goed voor een derde van het GDP en 90% van de exportinkomsten. De landbouw in Malawi is veelal kleinschalig en amper gemechaniseerd en geïndustrialiseerd. Voor jongeren is het dan ook weinig aantrekkelijk om landbouwondernemer te worden

Innovatie en diversificatie

Tegelijk heeft de sector dringend nood aan innovatie en diversificatie. Net daar speelt Acades op in. De organisatie stimuleert jonge ondernemers in agribusiness. Acades faciliteert markttoegang voor jonge boeren, biedt kleine leningen aan, organiseert events en trainingen en zette het Green Innovation Center op, een incubator voor innovatie in de landbouw. Acades is een jonge organisatie die met weinig mensen en middelen al heel wat bereikt heeft. De groeiambities voor de komende jaren zijn uitdagend.

Acades wil nog meer markttoegang voor jonge boeren realiseren en wil van klein leenfonds tot microfinancieringsinstelling evolueren. Het professionaliseren van de organisatorische capaciteiten van Acades is daarom cruciaal. Met uitgebreide coaching en door het verder versterken en uitbouwen van het partnerschap tussen Groene Kring (jongerenorganisatie van de Boerenbond) en Acades zet Exchange mee haar schouders onder dit traject. Want meer jonge boeren die mee de landbouwsector transformeren, daar geloven we rotsvast in!

Heerlijke en voedzame yoghurt voor jonge gezinnen

 

Kombeza

Programme Coach
Hilde Schuddinck
Bedrijfspartner
Meld jouw bedrijf aan als kandidaat!

Kombeza Foods is een jong zuivelbedrijf opgericht door een dynamische onderneemster en moeder. Dat voedzame en lokaal geproduceerde zuivelproducten nauwelijks te vinden zijn in Malawi inspireerde haar om een lokaal, voedzaam en heerlijk product op de markt te brengen.

En zo werd de Kombeza drink yoghurt een feit. Na het succes van de eerste jaren staat het bedrijf voor een belangrijke sprong. Momenteel wordt de fabriek uitgebreid om de productiecapaciteit aanzienlijk te verhogen. Dat brengt uitdagingen met zich mee waar Exchange met plezier mee de schouders onder zet. Als Manager accountwerking en jong ondernemerschap bij VOKA Oost-Vlaanderen is Hilde Schuddinck de ideale coach om het programma verder te begeleiden.

Uitdagingen om de vingers bij af te likken

Een nieuw fabrieksgebouw in gebruik nemen en de productie danig verhogen is een hele klus. Het productieproces degelijk doorlichten en optimaliseren is daarbij een belangrijke stap (toevoer van voldoende kwaliteitsmelk, process management en efficiëntie).

Maar ook productdiversificatie (nieuwe producten en recepturen ontwikkelen) en training van medewerkers staan centraal. Kombeza is een typische lokale uitdrukking. De naam verwijst naar iets heerlijk dat je tot het laatste likje helemaal wil verorberen. Een programma dat lokale producten promoot en zo bijdraagt aan lokale economische groei, daar lekken wij de vingers bij af!

Inex, een familiaal zuivelbedrijf met een duurzame visie, zet in op kennisdeling

in Rwanda

Ondervoeding tegengaan met betaalbare voeding!

Sesaco Ltd.

Programme Coach
Robert Myncke
Experten Team
Eugene Nicolaes
Bedrijfspartner
Meld jouw bedrijf aan als kandidaat!
Net zoals in vele landen in Sub Sahara Afrika lijdt een groot deel van de Oegandese bevolking aan ondervoeding. Volgens Broederlijk Delen zou ongeveer 25% van de Oegandezen ondervoed zijn. Nochtans staat het land bekend voor haar vruchtbare bodem en wordt het wel eens de voedingsbron van Oost-Afrika genoemd. De prijzen van het geproduceerde voedsel blijken echter vaak te hoog voor de armste lagen van de lokale bevolking.

Een bedrijf met een duidelijke missie

De missie van Sesaco Ltd. speelt perfect in op deze behoefte naar betaalbare en voedzame voeding. Het bedrijf, gelegen in Kampala, specialiseert zich namelijk in het produceren van sojaproducten met een hoge nutritionele waarde. De focus van het voedselbedrijf ligt specifiek op de laagste lagen van de bevolking. Net daarom worden de producten van Sesaco Ltd. verkocht aan een zo laag mogelijk prijs.

Een groot deel van de afzet wordt behaald door het bevoorraden van internationale hulporganisaties die zich inzetten voor de vele vluchtelingen die het land kent. Zo draagt Sesaco haar steentje bij om ook deze kwetsbare groep te voorzien van de meest essentiële basisbehoefte.

Fabriek met groeipotentieel

In de fabriek van de sojaproducent werken een honderdtal mensen. Vaak vrouwen, vaak ook laag- of ongeschoold. Deze efficiënter inzetten in het productieproces zou een fikse toename in de productie kunnen betekenen. Dit betekent een grote opportuniteit voor zowel het bedrijf als de maatschappij in een nog steeds onverzadigde markt. Daarom ontving Sesaco toegang tot het Yield Uganda Investment Fund van de Europese Unie. Een 2de investering van het fonds voor de modernisering en automatisering van een nieuwe fabriek kan het verkrijgen na een positieve evaluatie van de groeiresultaten.

 

Om dit te bereiken gaan Exchange en Sesaco een partnerschap aan met als doel het behalen van de positieve groeiresultaten. Een van de mogelijke pistes die bewandeld kan worden is het opzetten van een lijn met nieuwe premium producten waarmee het ook de middenklasse van Oeganda aanspreekt. Ook verbetering van de efficiëntie en het opzetten van een doordachte marketing campagne behoren tot de mogelijkheden. Naast Exchange zal ook KPMG het proces begeleiden. Meer dan genoeg redenen om te geloven in een geslaagde scale-up van dit sociaal bedrijf!

opportuniteiten-in-een-groeiende-markt

Opportuniteiten in een groeiende markt

in Oeganda

Wereld: hou je klaar voor heerlijke thee uit Malawi!

Satemwa Tea Malawi

Programme Coach
Lara Donners
Bedrijfspartners
STOP Spices! Image result for icon link
Comma, merkenmarketeers Image result for icon link

Een duurzaam Zuidbedrijf

Satemwa Tea Estate is een Malawiaanse kmo opgericht in 1923. Het bedrijf produceert kwaliteitsthee en heeft een uitgesproken duurzaam karakter. Satemwa was het eerste Malawiaanse theebedrijf om het Fair Trade-certificaat te halen! Daarnaast behaalde het bedrijf ook het Rainforest Alliance- en UTZ-certificaat. Het ontpopt het zich als pionier op vlak van MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) in Malawi. Zo stimuleert Satemwa vrouwelijke tewerkstelling en beheert het een eigen ziekenhuis en school voor werknemers (en hun kinderen) en bewoners uit de omliggende gemeenschappen. Met meer dan 1300 werknemers - en 800 extra in het oogstseizoen - creëert het theebedrijf heel wat jobs en speelt het een niet te onderschatten rol in de Malawische economie. Verder ondersteunt Satemwa jaarlijks 130 studenten in het hoger onderwijs door het toekennen van studiebeurzen en is het bedrijf lid van de UN Global Compact. Over een duurzame pionier gesproken!

Satemwa heeft bovendien een ‘direct trade partnership’ ontwikkeld met de Msuwadzi Small Holder Tea Growers Association. Satemwa werkt sinds tien jaar nauw samen met de groep van 198 onafhankelijke, kleine theeboeren (waarvan 92 vrouwen) in de productie van Speciality Teas. Die samenwerking leidde ertoe dat de associatie onder begeleiding van Satemwa ook gecertificeerd werd voor Fair Trade, Rainforest Alliance en UTZ. Een zogenaamde out grower manager van Satemwa traint de leden van de associatie rond innovatieve pluktechnieken, productietechnieken en capaciteitsopbouw. Uit de samenwerking ontstond het theemerk YAMBA tea dat in Malawi en buurlanden verkocht wordt.

Certificering als poort naar nieuwe mogelijkheden

Ongeveer 90% van de thee die Satemwa produceert, is zwarte thee. Jaarlijks wordt er zo’n 2.500 ton verkocht aan grote theemerken, zoals Lipton, Pickwick en Twinings. Door meer in te zetten op Specialty Teas en de geproduceerde thee verder te verwerken tot groene thee, oolong, witte thee en kruidenthee, kunnen de kleine boeren een hoogwaardig product aanbieden aan een meer kapitaalkrachtige markt in Europa en de VS. Satemwa wil maximale productmeerwaarde creëren in het land van herkomst.

Voor de verkoop van zwarte thee aan grote merken is geen specifieke certificering nodig. Grote multinationals zorgen namelijk zelf voor kwaliteitstesting in hun eigen labo’s. Hetzelfde geldt voor de verkoop van thee onder een eigen merknaam, zoals de YAMBA thee.

 

 

Met de Specialty Teas mikt Satemwa echter op de internationale markt. En dan komen de internationale voedselveiligheidsnormen wél op de proppen. Geen enkel theeproducerend bedrijf in Malawi wist tot op vandaag zo’n internationaal voedselveiligheidscertificaat te behalen.  Een mooie kans dus om Satemwa echt op de kaart te zetten.

Een certificering is niet alleen interessant voor de werknemers van Satemwa, maar ook voor de Msuwadzi Small Holders Association. Zo kunnen ze de Speciality tea en het eigen YAMBA merk verwerken en verpakken in een gecertificeerde omgeving. Dat zet de deuren open voor export naar landen verder dan de buurlanden.

Duurzaam en organisch

Naast internationalisering en certificering heeft Satemwa nu ook de blik gezet op organische theeproductie. Aanvullend op de klassieke theemarkt, die competitief is en met kleine marges werkt, wil Satemwa een niche uitkerven met organische thee. Via hun satelliet in Boechout, gestart als eenmanszaak maar intussen een kantoor met drie medewerkers, kan Satemwa aanwezig zijn op beurzen in onder andere de Verenigde Staten, Nederland en Duitsland, en op zoek gaan naar expertise en kennis rond organische productie.

 

Een zoektocht naar expertise klinkt natuurlijk als muziek in de oren voor Exchange. We brachten Satemwa in contact met UGent professor Stefaan De Neve, expert in het begeleiden van boeren in hun zoektocht naar organische productie. Daarnaast kijkt Satemwa nu ook naar Mozambique, waar een van onze BDMs met zijn bedrijf GuanoMoz meststoffen van vleermuizen exporteert naar Zuid-Afrika. Op slechts 400 kilometer van Satemwa zou een samenwerking tussen deze twee zuidbedrijven optimaal zijn.

Belgische partners!

Twee Vlaamse bedrijven stapten in het programma om Satemwa te versterken in haar groeiambities. Stop Spices, een kruidenbedrijf uit Dendermonde, stelt haar expertise rond certificering, digitalisering en verpakking ter beschikking. Comma merkenmarketeers, een marketingbureau uit Zedelgem, assisteert Satemwa bij de ontwikkeling van een marketingsstrategie gericht op de Europese markt.

 

De officiële certificering is in zicht. De internationale markt mag stilaan beginnen uitkijken naar een heerlijk kopje Specialty Tea. Van plant tot builtje vervaardigd en verwerkt in Malawi, The Warm Heart of Acfrica!

Kleine landbouwers omscholen tot agripreneurs dat is de missie van Gudie Leisure Farm (Oeganda).

Sociaal ondernemerschap en duurzame landbouwbedrijven: ook in Oeganda booming business!

Gudie Leisure Farm

Programme Coach
Katy Vancoillie
Experten Team
Johan Borghys 
Marieke De Vos 
Bedrijfspartner
Meld jouw bedrijf aan als kandidaat!

Van kleine landbouwer naar slimme ondernemer

 

Gudie Leisure Farm (GLF) is een stadsboerderij gelegen in een van de buitenwijken van Kampala. Als sociale onderneming wil GLF kleine landbouwers omscholen tot ware agripreneurs. GLF ontwikkelde het ‘Agripreneur Champions systeem’. Hierbij krijgen boeren praktische training op de stadsboerderij of op hun eigen landbouwbedrijf. Naast erg praktische opleidingen binnen de domeinen pluimvee, varkenshouderij, aquacultuur en tuinbouw, focust de training ook op business-gerelateerde onderwerpen die een duurzamere groei van de agro-bedrijven moet garanderen.  

Sinds haar oprichting in 2009 heeft de de sociale onderneming maar liefst 63.720 boeren opgeleid. Bovendien voerde het bedrijf een opdracht uit in het kader van veebeheer voor het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel. Ook Mastercard Foundation gelooft steevast in het potentiaal van Gudie Leisure Farm en besloot daarom de landbouwschool langdurige financiële steun te bieden!

Een passionele onderneemster aan het stuur

Aan het hoofd van GLF staat de inspirerende onderneemster Gudula Naiga Basaza. De algemeen directeur van GLF behaalde een doctoraat aan de Universiteit van Gent. Ze heeft zich altijd laten leiden door haar twee grote passies: mensen opleiden en een steentje bijdragen aan het verbeteren van de sociale en economische omstandigheden in Oeganda. In 2017 werd ze terecht genomineerd door Vital Voices als een van de honderd meest invloedrijke vrouwen op het Afrikaanse continent.

GLF als hét landbouw opleidingsinstituut

De ultieme droom van GLF is om een open universiteit voor landbouw in Oeganda te worden. Om dat doel te bereiken, wil de onderneming eerst focussen op de uitbouw van een volledig functioneel opleidingscentrum. De uitmuntende kwaliteit van de opleidingen moet het uithangbord worden van GLF. Exchange en GLF zetten samen een groeiprogramma op om die ambitieuze doelstelling te bereiken. GLF wordt gedreven door passie en sociaal engagement. Exchange is er dan ook van overtuigd dat het groeiprogramma niet alleen zal leiden tot positieve economische gevolgen voor GLF zelf, maar indirect ook zal zorgen verbeterde socio-economische omstandigheden voor de kleine landbouwers in Oeganda.  

“Cheers”, op sociale fruitsappen!

Delight (U) Ltd.

Programme Coach
Jos Craemers
Bedrijfspartner
Meld jouw bedrijf aan als kandidaat!

Winst en sociaal engagement gaan hand in hand

Delight (U) Ltd. is een private onderneming die al sinds 1996 fruitsappen produceert en verkoopt op de Oegandese markt. Onder de naam “Cheers” vind je hun verse sappen zonder twijfel terug in alle lokale supermarkten. Een echter aanrader!

Het administratieve centrum van het bedrijf ligt in Kampala, maar de echte bedrijfsactiviteit vindt plaats in het Nwoya district in Noord-Oeganda.

De aanwezigheid van Delight in die regio heeft een duidelijke sociale en economische impact op de lokale maatschappij. Samen met de Deense groep aBi Trust is de sapjesproducent de drijvende kracht achter de oprichting van de Nwoya Fruit Growers Cooperative Society. Dit is een coöperatieve die verschillende groepen van kleine boeren samenbrengt in ‘grower groups’. Dankzij de oprichting van de Growers Cooperative krijgen de lokale boeren nu een eerlijkere prijs voor hun producten. Dit is een belangrijke stap voorwaarts in de bestrijding tegen armoede. En dat in een gebied dat tot voor kort nog geteisterd werd door het Lord's Resistance Army.

Dankzij haar sociale inspanningen voor de Noord-Oegandese regio, werd Delight opgenomen in de prestigieuze lijst van "Companies to Inspire Africa 2019".

Een grote stap naar zelfvoorzienigheid

In 2019 startte Delight met de bouw van een nieuwe fabriek in het Nwoya district in samenwerking met UDC, de overheidsinstelling bevoegd voor landbouwontwikkeling. De komst van de nieuwe fabriek is een belangrijke stap voor Delight. Zo zal bijna de volledige productieketen in de eigen werking van het bedrijf vervat zitten. Delight zal zelf fruit kweken, deels via een partnerschap met de Nwoya Fruit Growers Cooperative Society. Het kan zelf het fruit verwerken tot fruitsap en de distributie en verkoop van de sappen op zich nemen. Zo hopen zowel Delight als de overheid onafhankelijker te worden van de buurlanden, die nu een groot deel van de markt inpalmen.

Coöperatieve als levensader

Om voldoende toevoer van fruit naar de fabriek te garanderen is een goeie afstemming tussen Delight en de Nwoya Fruit Growers Coöperatieve cruciaal. Exchange zal als partner van Delight optreden als facilitator in deze relatie. Zo zullen we in samenwerking met de coöperatieve een post-harvesting systeem opzetten om een correct inschatting te krijgen van de oogst. Verder zal het training center van Delight gebruikt worden om de coöperatieve verder op te leiden en zullen logistieke vraagstukken worden behandeld. Zo kan Delight haar reputatie als slimme onderneming blijven waarmaken. Daar waar winst en sociaal engagement samen gaan.

Nieuws: Marketingstrategie voor hotelschool - Exchange vzw.

Fruittelers klaarstomen voor de markt

in Oeganda